Het Groninger Zorgakkoord, toen en nu
Wie kent het Groninger Zorgakkoord beter dan Bert Hogeboom? Vanaf vrijwel het eerste uur was hij nauw betrokken bij dit akkoord en bij de ontwikkelingen van een brede samenwerking die eruit voortkwam. Per 1 februari 2026 komt er een einde aan zijn professionele betrokkenheid. Bert verruilt zijn rol als bestuurder van Cosis voor zijn pensioen en neemt daarmee ook afscheid van het Groninger Zorgakkoord. Dat doet hij niet zonder een beetje gezonde tegenzin.
Bert herinnert zich de beginperiode nog goed. Het akkoord was al in wording toen hij startte bij Cosis. Er kwamen aardbevingsgelden beschikbaar voor Groningen en al snel was duidelijk dat in het kader van veiligheid niet alleen aan nieuwe zorggebouwen moest worden gedacht maar ook aan de kwetsbaarheid van de regio in bredere zin. Er speelde namelijk ook een andere problematiek: de verwachting dat op termijn meer mensen de regio zouden verlaten met als gevolg een toenemend tekort aan personeel in zorg en welzijn. Het was een somber scenario. Zorgbestuurders en andere betrokkenen waren het erover eens: er moest een plan komen. Niet alleen gericht op stenen, maar ook op slimme en betere inzetbaarheid van mensen of andere vernieuwende manieren om de zorg toekomstbestendig te maken.
Echt verschil maken
Niet alleen, maar samen. En ruimte voor innovatie. Dat werd het credo. Er ging een andere wind waaien door het Groninger land. Het GZA keek nadrukkelijk naar de samenleving. Wat kan de zorg voor de samenleving betekenen maar ook wederkerig naar wat kan de samenleving betekenen voor de zorg. Bij alle partijen drong het besef door tot in de haarvaten: dit was een unieke kans voor het gebied. De ondertekenaars van het akkoord waren enthousiast en vastberaden om van hun plannen en aanpak een succes te maken.
Verschil in tempo
Niet alles is gelukt, maar in de afgelopen acht jaar is of wordt er binnen alle projecten gebouwd en zijn inmiddels al enkele gebouwen opgeleverd. Andere volgen in de komende vier jaar. Tegelijkertijd is gebleken dat innovaties meer tijd vragen. Ze kennen vaak een langere doorlooptijd en kunnen tientallen jaren beslaan. Daarmee laten ze het verschil in tempo zien tussen bouwen en vernieuwing.
Alleen doen lijkt gemakkelijker, maar samen doen, brengt je verder.
Loslaten van invloed
Samenwerken is mooi, maar ook lastig. Iedereen mag er iets van vinden. Dat kost tijd en energie, en betekent soms ook het loslaten van je eigen invloed. Alleen doen lijkt dan misschien gemakkelijker maar de praktijk laat zien dat je door samen op te trekken verder komt. Zo was er het plan van gezamenlijk opleiden van mensen. Dat kan betekenen dat een medewerker uiteindelijk overstapt naar een andere organisatie. Dat vraagt vertrouwen. Zoals Bert het verwoordt: “Je moet je realiseren, dat deze arbeidskracht behouden blijft voor de zorg in de regio. Je moet het zien als: de medewerker kiest toch voor ons.” Het zijinstroomtraject is een van de nieuwste initiatieven. Daar doet nog niet elke organisatie aan mee. Maar de hoop is dat dit op een later moment wordt gezien als een waardevolle constructie. Ook door partijen die niet bij het GZA zijn aangesloten.
Trots
“Dat vrijwel iedereen aan boord is gebleven en zich van begin tot eind heeft ingezet voor de ontwikkeling van het programma maakt me trots.” Bestuurders zijn intrinsiek gemotiveerd om dit samen verder te brengen. Die betrokkenheid heeft de regio zichtbaar sterker gemaakt. Het naderende afscheid betekent voor Bert loslaten. “Sommige projecten zijn zo gaaf maar nog niet klaar en dan wil ik natuurlijk nog wel een keer het eindresultaat zien.” Tegelijkertijd is op verschillende locaties al realiteit geworden, wat ooit ambitie was: organisaties die onder één dak wonen en samenwerken. Dat stopt ook niet, het gaat gewoon door.
Groningse bescheidenheid
“Ik denk dat wij in Noord-Nederland van nature bescheiden zijn als het gaat om pionieren en de resultaten die we boeken.” Die houding maakt misschien ook dat de unieke samenwerking en innovaties van het GZA buiten de regio minder zichtbaar zijn. “We zijn een voorloper maar timmeren niet heel hard aan de weg om dat uit te dragen.” Juist de kracht van een kwetsbare regio mag daarbij niet onderschat worden. “Binnen het GZA zijn alle doelgroepen in beeld geweest en betrokken, maar sommige ontwikkelingen zijn minder hard gegaan dan ik vooraf had gedacht.” Dat geldt bijvoorbeeld voor technologische innovaties, zoals inzet van robots en andere arbeidsbesparende technieken. Werkbare oplossingen blijken weerbarstig en vragen tijd. Toch zijn deze thema’s niet van de agenda verdwenen. Integendeel. Wat dat betreft, kan het Groninger Zorgakkoord nog jaren vooruit.